De dader werd snel opgepakt; het was een verwarde man. Hij kreeg TBS; ik hoop oprecht dat het nu goed met hem gaat. De rechtstaat deed z’n werk en had mijn volle vertrouwen. Ik ging weer aan het werk en dacht er niet meer zoveel aan terug. Het was pech – of geluk. Een incident, dat niets zei over ons vak.
Als we het in de hoofdredactie (1997-2012), over risico’s hadden dan ging het om oorlogsverslaggeving. Was het verantwoord een verslaggever naar Bagdad te sturen? Hoe beschermden we freelancers? Wie stuurden we op Hostile Environment Training?
De echte risico’s deden zich voor in conflictgebieden.
Later openden de artillerietroepen van de criminaliteit de aanval op de Telegraaf en Panorama en werden journalisten als John van den Heuvel bedreigd – ook vanuit de criminaliteit. Daar zat organisatie achter, dat was in kaart te brengen.
Nu is het anders. Sterk en zelfbewust geworden door sociale media (‘er zijn er nog meer die denken zoals ik’) ontstaat nu een vorm van overal opduikende Boze-Burger-guerilla. Ongeregeld en ontregelend. Lawaaiig en beledigend. Alle anderen tegen wie zij zich verzetten als vijand beschouwend. Als elite. En met de regeltjes van de elite hebben ze niets te maken. Ze voelen zich, in mijn observatie, al lang zodanig niet thuis in deze maatschappij dat iedere vertegenwoordiger daarvan, van ambulancebroeder tot agent, van journalist tot politicus, vijand is en dus een gelegitimeerd doel. Ze laten zich niet meer in de marge opsluiten, maar eisen de hoofdrol.
In die visie wordt een feit of een cijfer snel een leugen. Een hardwerkende journalist een leugenaar. De MainStreamMedia vijanden van het volk. Hun volk althans.
Ze worden gesteund door de aanvallen op de media van president Trump. Door politici als Baudet die de sanering van de NPO eisen. En ja, die woorden hebben gevolgen. Ze leiden rechtstreeks of via een omweg naar fysiek geweld – want de leider zegt het.
Ik noem het de Opkomst der Dwingelanden – toen ging het om radicale boeren (zie Christaan Weijts, NRC 10 jan 2020). Journalisten deugen alleen als zij spreekbuis worden van het Eigen Gelijk van de boze groep. Anders wordt de boel geblokkeerd. Of erger, als het zo doorgaat.
*
Ik kan me heel goed voorstellen hoe het is om dag in dag uit lastig gevallen te worden; bespuwd en geduwd, het werken soms onmogelijk gemaakt. Wat dat doet met een redactie.
Toch is het verwijderen van een logo niet het antwoord. Het antwoord is juist de vlag van de NOS, of RTL, de Telegraaf, het AD, het NIW of de NRC, in top te hijsen. Trots te zijn op dit vak dat researchend en rapporterend, analyserend of vertellend probeert belangrijke verhalen te maken die iets betekenen in onze samenleving.
‘Kom maar op’. Dat zou de houding moeten zijn. ‘Intimidatie heeft nog nooit gewerkt’.
Ik ben niet naïef. Soms moet er beveiliging mee. Er is absoluut meer politie-inspanning nodig, en snelle vervolging. Langdurige aandacht op politiek niveau.
De journalistiek zou zich ook veel opener en minder defensief kunnen opstellen, de ‘black box’ van de selectie openen en minder zelfgenoegzaam zijn in columns waarin hoofdredacteuren uitleggen hoe goed ze zijn.
*
Voor mij staat de samenleving op een kruispunt. Niet omdat het om de journalistiek alleen gaat, maar omdat het een nieuw hoofdstuk is van een langer verhaal. We moeten ons niet laten gijzelen door de extremen. Gesprek en debat waar het kan, maar de grens is duidelijk.
Ik herinner me een mooie foto uit de VS, tijdens een van de #BlackLivesMatter demonstraties: witte vrouwen, arm-in-arm, vormden een haag en beschermden gekleurde demonstranten tegen de ordetroepen. Daar ontstond in mijn ogen een Coalitie van de Redelijkheid, die weet wat er op het spel staat.
Ik gun onszelf een vergelijkbare actie.
Er is geen enkele reden om onze naam en logo’s te verbergen. Om als tolerante maatschappij de sleutels van de studio’s in te leveren bij de intoleranten.

