Select Page

Hoog tijd voor een nieuwe publieke omroep

Begin 2019 schreef ik dit verhaal voor VrijNederland, hopend dat er een creatieve uitdager zou kunnen ontstaan voor het huidige publieke bestel, de huidige NPO. Hoe het is afgelopen weten we, maar de argumenten die voor verandering pleiten zijn er nog steeds. vind ik.  

Vreten Netflix en Facebook ons op?

Dit jaar trekken alle omroepen weer naar zolder om iedere stoffige verhuisdoos om te keren en in iedere lade van de oude kasten die daar staan op zoek te gaan naar het enkele lid dat daar nog is achtergebleven. Bij programma’s met publiek zal mensen vriendelijk en met enige nadruk worden gezegd ‘dat u toch ook niet wil dat wij binnenkort verdwijnen’. Eigentijdse meet-ups zullen in het teken staan van dialoog en het werven van nieuwe leden. Want wat kost dat nou? Tien euro per jaar? Net twee cappuccino’s op een grootstedelijk terras.

Er worden weer leden geteld. Dat hebben we zo afgesproken, eens in de vijf jaar. Om te kijken of de leden-omroepen nog gedragen worden door de samenleving. Het zullen er nog best veel zijn. Een stuk meer dan – bijvoorbeeld – bij politieke partijen. Maar minder, veel minder dan vijf jaar terug, bij in ieder geval de grotere omroepen.

Er komt dit jaar een ministeriële herbezinning op het systeem van publieke omroep. Op het ledenaantal als criterium voor bestaansrecht en uitzendgeld. Er wordt gewerkt aan een breed media-akkoord – een soort gesprekken aan de klimaattafels, maar dan voor de hele mediasector; dan weten we het wel. Er wordt gepolderd en gelobbyd. Er worden her en der en vooral breed adviezen ingewonnen. Want de toekomst staat op het spel en moet beïnvloed. De huidige concessieperiode loopt af. In 2021 begint er een nieuwe, en wat wordt dan de rol van de NPO? Van de huidige omroepen? Wie mag er nog meer meedoen? Hoeveel geld is er eigenlijk beschikbaar? Houden we reclame? Hoe is de relatie met de commerciëlen? Vreten Netflix en Facebook ons op?

In 2014 zat ik in de commissie-Brakman, die door de Raad voor Cultuur was samengebracht omdat er weer zo’n nieuwe concessieperiode aankwam. Netflix had net House of Cards II uitgebracht. Heel de wereld was aan het bingewatchen. Iedereen twitterde en het Witte Huis twitterde mee, ook toen Trump daar nog niet zat. In die eerste nacht werd zowat een derde van de totale wereldwijde downloadcapaciteit via internet gebruikt om House of Cards te zien. ‘Geen omroep, geen televisiezender, kwam eraan te pas,’ schreven we in ons advies, omdat er een wake up-call nodig was.

Star & Boos

Wat wilden we? Dat het bestel open werd gesteld voor andere partijen dan omroepen alleen. Dat de NPO met een eigen uitzendlicentie een wendbare en innovatieve, creatieve mediaorganisatie zou worden waar de makers centraal staan. Dat de omroepen zich meer zouden specialiseren. Dat leden veel minder belangrijk zouden worden dan nu: van representatie naar relatie, zeiden we.

Ja, we wilden meer invloed naar de NPO, want platformoverschrijdend programmeren werkt veel beter vanuit één hand. We wilden inhoudelijk onafhankelijke genre-hoofdredacteuren met kleine redacties om zich heen (allemaal tijdelijk benoemd en niet voor het leven) die samen met omroepen en anderen programmeerden en opdrachten uitzetten, op alle platforms. We wilden inderdaad meer macht bij de NPO, tegen de belangen van de omroepen in. ‘Maar niet bij déze NPO,’ zeiden we er nadrukkelijk bij. Niet bij deze verpolitiseerde, verambtelijkte, defensieve bestuursorganisatie, vat ik het maar even samen, waar de afdeling Strategie & Beleid niet voor niets de afdeling ‘Star & Boos’ wordt genoemd.

Disclaimer

Tijd voor een persoonlijke disclaimer: ik werk sinds 1 januari (2019 – hla) niet meer bij mijn tijdelijke omroep KRO-NCRV, waar ik interim-hoofdredacteur was. Interimperiode voorbij. Brandpunt+ van de zender gehaald dus een grote nederlaag (daarover zo meer). Meer dan twintig mensen de deur uit. Fouten gemaakt. Niet strak ‘gemanaged’. Positie ingenomen tegen de bonsbaasjes. Ik zou dus als rancuneus kunnen worden weggezet, bezig af te rekenen. Maar ik hou van publieke omroep, al jaren. Ik heb er de afgelopen jaren ook in Europees verband hard en met succes aan gewerkt publieke omroep sterker te maken, beter verankerd in de samenleving. Kunnen zien dat wij in Nederland met z’n allen tamelijk goed zijn, vergeleken met heel veel andere landen. En ook nogal goedkoop. Maar die complexiteit, die ongeëvenaarde complexiteit.

Het is de complexiteit die in de weg zit. Ooit leek de omroep een door een vakkundig architect ontworpen gebouw. Maar de afgelopen decennia is er verbouwd en verbouwd, zijn er bijkantoren neergezet en loopbruggen aangebracht, zijn vloeren doorgezakt en weer gestut, zijn er zeven generaties verf met bijbehorende logo’s aangebracht en weer verwijderd. Als er buiten wat gebeurt wordt er binnen weer een andere muur doorgebroken. Niemand vraagt nog naar het ‘waarom’, want die vraag stel je kennelijk niet over jezelf.

Het is een niet meer goed te beheersen vervreemdende ‘overcomplexiteit, omdat men ergens in het verleden de grens van de logica is overgegaan. Het is uiteindelijk de verwaarlozing van de oorspronkelijke gedachte. Onbedoeld, maar als onafwendbaar effect van al die kleine veranderingen.

Het gestolde wantrouwen

Het zit in het systeem ingebakken. NPO en omroepen móeten in het huidige bestel wel om alles vechten: geld, zendtijd, imagocampagnes, presentatoren, de ‘wie heeft het hier eigenlijk voor het zeggen’-vraag. Ze dansen de trage wals van echtelieden die al jaren geleden op elkaar uitgekeken raakten en elkaar vooral heel vakkundig en effectief treiteren. Er zijn schaarse momenten van afgedwongen eenheid: als ‘Den Haag’ tot aan de poorten oprukt en met maatregelen en een lager budget dreigt.

Het is niet voor niets dat Hilversum vol zit van regeltjes, rapportages, overleggen, vinnige onderlinge memo’s en mails en boze telefoontjes. Het is het gestolde wantrouwen dat hoort bij een complex dat zichzelf bevecht en in de weg zit.

Ik hou zelf van het idee van publieke omroep, een omroep dus die er is voor z’n publiek en minder voor zichzelf. Proberend iedereen te bereiken, onafhankelijk van inkomen, leeftijd, achtergrond. Niet per se amuserend. Sterke inhoudelijke ambitie en niet te gemakzuchtig. Totaal onafhankelijk. Toegankelijk. Vernieuwend, transparant, luisterend en eerlijk. Confronterend. Minder BN’ers rondpompend. Minder gefixeerd op kijkcijfers, want dat is zowat het enige waar tv-makers en -bazen voor leven: de kijkcijfer top-25 die iedere ochtend om half 8 online staat. Het idee dus, niet de organisatie, niet de vorm die we er hier aan gegeven hebben.

Willekeur

Ik heb de publieke omroep twee keer meegemaakt als hoofdredacteur. Eerst bij de NOS (2002-2011), toen bij KRO-NCRV (2016-2018). Een groot verschil. Omdat het bij de NOS goed ging, bemoeide niemand zich met ons. We waren een tikje irritant en arrogant (want bij live-uitzendingen veegden we alles van de zender), maar zendtijd en budgetten waren zo ongeveer een gegeven. De integratie van alle nieuwsafdelingen, de complete digitalisering, dat deden we toch vooral zelf, zonder substantiële rol voor wat we nu NPO zouden noemen. Fouten waren onze fouten, successen waren ook van ons. We vergaderden niet zo heel erg veel.

De laatste periode was het behoorlijk anders. Geen enkel programma, geen enkele activiteit, is zeker: de NPO kent budgetten toe en deelt in. Of weigert, naar eigen goeddunken. Een netcoördinator kan in zijn eentje een programma schrappen. Kan budgetten halveren. De zender ingrijpend verbouwen.

Iemand moet het doen natuurlijk, iemand moet de beslissingen nemen. Maar mijn probleem: criteria zijn er niet echt (of zo globaal dat je er alle kanten mee op kunt), en er zijn zeker geen checks & balances. Besluiten komen laat maar omdat er zoveel wederzijdse afhankelijkheid is, heb je niet de vrijheid hard in te gaan tegen wat onwelgevallig is. Misschien laf, maar er moeten knopen worden geteld. (Er zijn beroepsprocedures, maar dat schiet ook niet op. Die zijn er vooral om op papier te laten lijken dat het systeem klopt.) Het is een model dat willekeur met zich meebrengt.

Tegenspraak wordt niet op prijs gesteld. Deze zomer meldde de NPO dat er ondanks bezuinigingen ook in 2019 evenveel geld naar de journalistiek zou gaan. ‘Show me the money,’ reageerde ik en moest vervolgens woedeaanvallen zien te overleven omdat ik me deloyaal had opgesteld (dat overleven was dus niet zo succesvol).

De macht van het geld

Het is geen kwaaie wil, iedereen probeert z’n eigen zender zo goed mogelijk te maken. Maar Brandpunt+ werd ooit van de ideale zondag gehaald, werd van 45 minuten in 2 x 18 opgedeeld, verloor een derde van z’n budget, werd na tien dagen al anders geprogrammeerd ‘omdat het niet voldeed’ en vervolgens geschrapt.

Wat een beetje vreemd was, omdat het een van de weinige programma’s was die probeerden te vernieuwen (over alle platforms), constructieve journalistiek beproefde (vandaar die +) en ook nog eigentijdse research in stand hield en transparant was over z’n aanpak en keuzes (denk aan de verhalen over seksueel machtsmisbruik door dirigent Pieter-Jan Leusink).

Brandpunt+ haalde niet de gewenste kijkcijfers. Dat klopt. Presteerde dus minder dan besteld. Maar de facto geldt dat voor de hele zender (NPO2) en past het in de internationale trends dat de grote zenders (NPO1 bij ons) domineren en de andere eroderen bij fundamenteel ander kijkgedrag. Zelfs Nieuwsuur trekt op doorsneedagen minder kijkers dan een paar jaar geleden.

Mijn frustratie: het schrappen van een programma betekenende dat het mes ging in de journalistieke tv-redactie: de helft moest eruit. De NPO neemt ingrijpende beslissingen maar voelt geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen; wilde geen antwoord geven op de vraag hoe we dan journalistieke capaciteit en kwaliteit in stand kunnen houden, wat toch eigenlijk een gezamenlijk belang is.

Ja, formeel gaan netcoördinatoren en zendermanagers niet over inhoud, in dit systeem. Het inhoudelijk primaat ligt bij de omroepen, zegt men en men kijkt er serieus bij. Maar wie betaalt bepaalt, ook in de Hilversumse werkelijkheid.

Netcoördinatoren hebben opvattingen. Over selectie, over individuele verslaggevers die al dan niet goed worden ingezet. Over in beeld verschijnen van presentatoren. Over toon en stijl. Zendermanagers van de radio praten met dj’s en spelen een rol wanneer die van omroep verhuizen. De macht van het geld wordt ingezet om je zin te krijgen. En dit, nogmaals, tegen een achtergrond van mooie maar abstracte woorden in jaarplannen, waarmee uiteindelijk iedere keuze kan worden verklaard. Zonder de creatieve botsing tussen professionals in open discussies, zonder garanties op afgewogen besluitvorming.

Ik was als hoofdredacteur niet eindverantwoordelijk voor een nieuw programma als Dit is M. Het is een ‘pet’-programma van de NPO, voor 99 procent gemaakt door een buitenproducent. Het zou een beeldbepalend programma voor in dit geval KRO-NCRV kunnen zijn, maar de eigen invloed van de omroep is nauwelijks meetbaar. In feite is de omroep een brievenbusfirma, die het budget van de NPO doorsluist naar de producent, omdat de NPO nu eenmaal niets zelfstandig mag laten maken. Er staat een KRO-NCRV logo op en dat is het dan. Publiciteit over M komt vanuit het NPO-hoofdkantoor.

David in het strijdperk

Het is niet per se slecht. De mensen die aan de knoppen zitten, doen meestal hun best. Het is vooral onhelder, en niet zo goed als het zou kunnen zijn. Het is tekenend voor een organisatie die, omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn die elkaar allemaal in wankel evenwicht moeten helpen houden, traag en defensief is en frustratie oplevert.

Het zou kunnen dat nieuwe wetgeving vanaf 2021, een nieuwe concessie, dat allemaal verandert, maar ik ben mijn goedgelovigheid kwijtgeraakt. Er zijn te veel tegenstellingen in Hilversum, er zijn te veel tegengestelde deelopvattingen in Den Haag om met krachtige, bij deze tijd horende plannen te komen. Een kar die door de modder getrokken wordt, haalt niet zo’n hoge snelheid.

Er zijn echte, nieuwe antwoorden te geven. Als we durven. Als we niet meteen ‘ja maar’ gaan zeggen, of ‘de huidige mediawet staat niet toe’. Of ‘wij omroepen kunnen dat veel beter’. Of: ‘blijf uit m’n achtertuin’.

Zullen we een nieuwe omroep oprichten? Niet weer zo’n PowNed of WNL, of LLink die in het huidige systeem moe(s)ten meedraaien en leden moeten winnen, maar een nieuwe NPO. Een alternatieve, een tweede. Kleiner. Lean & mean, goed en leuk. De makers aan de macht Een uitdager, een aanvulling, met een eigen licentie.

Waarom zou publieke omroep alleen moeten zijn voorbehouden aan de huidige NPO? Zoals de komst van het commerciële RTL Nieuws het NOS Journaal beter heeft gemaakt, zo kan een tweede Publieke Omroep die zich vooral digitaal ontplooit een kwaliteitsrace naar de top mogelijk maken en het aanbod vergroten.

We zouden inclusiviteit echt inhoud kunnen geven. We zouden de audiovisuele sector een zetje kunnen geven. Talenten naar China sturen in plaats van Frans en Mariska Bauer. Of naar Midden-Nederland. Zonder de drempel van de ledenaantallen te hoeven nemen – want dat is een reliek van vroeger tijden – maar gebaseerd op een heldere visie op wat publieke waarden zijn en wat de Nederlandse cultuur en samenleving helpt bloeien in een tijd waarin de vooral Amerikaanse supergiganten het aanbod steeds meer bepalen.

Content first. Transparantie en goed geresearchte verhalen. Interactie met het publiek. Uitdager van macht en gevestigde belangen. Niet elitair of simpel en populistisch. Voor iedereen, want publiek. Een open cultuur, in plaats van een cultuur vol georganiseerd wantrouwen.

Dat het wat kost is geen bezwaar. De Raad voor Cultuur heeft vorig jaar gevraagd 50 miljoen per jaar vrij te maken (en da’s niet eens belastinggeld maar wordt aan heffingen weggehaald bij onze vrienden van Facebook c.s. die zowat een miljard jaarlijks uit Nederland weghalen) voor nieuwe initiatieven die sectoroverschrijdend zijn, divers, innovatief, uitdagend. Bovendien betalen we via de inkomstenbelasting – sinds het Kijk- en Luistergeld is afgeschaft – met z’n allen inmiddels veel meer voor de publieke omroep dan de staat eraan uitgeeft. Er is nog wat geld over.

We gaan niet in Hilversum zitten. Niet in Amsterdam of Den Haag. Eindhoven misschien? Nijmegen? In een meer innovatieve omgeving?

Ik heb (nog) geen blauwdruk, maar wel de overtuiging dat het anders kan. Dat de digitale netwerksamenleving een ander soort publieke omroep kan koesteren, naast de huidige. Een kleinere. Regelvrij, gericht op maken en innovatie. Onderscheidend. Een kleine kern en wisselende verbanden daaromheen. Soms moet je David in het strijdperk durven zetten en hem een zetje richting Goliath geven.

(gepubliceerd in Vrij Nederland-online, 29 januari 2019)

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

Sign up with your email address to receive news and updates.